Fisheye

Feature on ‘Garden of Delight’ in Fisheye:

By Julien Hory

Jusqu’au 30 juin, le Réservoir accueille l’exposition de Nick HannesGarden of delight. Dans cette série réalisée à Dubaï, le photographe livre sa vision d’une société basée sur le divertissement et l’exploitation. Un travail à découvrir à l’occasion d’ImageSingulières.

« Il ne s’agit pas du marché, mais de la manière dont nous pouvons faire pour mettre Dubaï sur la carte. Il s’agit de construire une marque. » Ces mots du Sultan Ahmed Bin Sulayen, PDG du groupe immobilier Nakheel, résument bien les ambitions du gouvernement de l’émirat de Dubaï. Conscients de leurs réserves pétrolières limitées, les dirigeants du pays ont lancé sur la ville un vaste programme d’investissements. Des grands travaux qui ont modifié le paysage urbain.

Pôle commercial dans les années 1960, Dubaï est devenu en quelques années la ville de la démesure et la capitale de l’industrie du divertissement à destination des élites. Avec Garden of delight, le photographe belge Nick Hannes chronique par la satire les dérives de cette société de l’excès. La série présentée pour la première fois en France dans le cadre du festival sétois ImageSingulières, nous montre une ville sans identité née de l’urbanisation hors-sol.

Pour réaliser ce projet autofinancé, Nick Hannes a dû organiser ses voyages très en amont. « La préparation a été très longue. Pour ne pas me retrouver bloqué et ne pas avoir d’ennuis, je me suis assuré d’avoir toutes les autorisations nécessaires auprès de l’administration locale », explique-t-il. Et s’il a parfois détourné son objectif, le photographe a réussi à capter des scènes qui traduisent les écarts de ce monde – entre le faste décadent du centre-ville et les conditions misérables de ceux que ce système exploite. « La société du divertissement détruit la réalité locale, celle des travailleurs presque réduits en esclavage et parqués dans d’immenses zones de baraquements », ajoute le photographe belge.

Dans ce Las Vegas puissance dix, le paraître côtoie l’indécence, et la tradition le mauvais goût. Mais il ne faut pas voir Garden of delight comme une moquerie. Malgré l’absurdité de certaines situations, le photographe réalise une œuvre politique. Cette série nous dit beaucoup des schémas de civilisation issus de la mondialisation. Dans cette société partagée entre les mosquées et les boîtes de nuit, chacun est surveillé et tout est sécurisé. Pour Nick Hannes « [son] travail parle de la privatisation de l’espace public. À Dubaï, cette privatisation est poussée à l’extrême. Mais en réalité, c’est aussi le cas dans nos sociétés occidentales. Si nous ne prenons pas garde, nous serons dépossédés de nos vies privées », conclut-il.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

L’Obs

Publication in L’Obs, 30 may 2019:

Posted in Uncategorized | Leave a comment

ImageSingulières

‘Garden of Delight’ is exhibited at ImageSingulières Photography Festival in Sète, France. On show until 15 June at Le Réservoir. Some installation shots:

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Artist residency in Matera

I’m back from an artist residency in Matera, Italy, where I was invited to represent our Academy KASK Ghent, along with student Vincent Leroi, on the occasion of Matera European Capital of Culture 2019. ‘Visions of Europe’ will be a collective exhibition with work by students and teachers from 28 European photography schools in September 2019. In Matera. A preview from my series on tourism in Matera:

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Cruise Control

Tortoise Media published a compilation of photographs I took on board of two cruise trips, on the Mediterranean in 2014 and in the Persian Gulf in 2016. Some of these photographs were featured in my books ‘Mediterranean. The Continuity of Man‘ and ‘Garden of Delight‘.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Dartmoor National Park

De Standaard Weekblad published a series of foggy photographs I took in Dartmoor National Park (UK) in January 2019. The series is accompanied by quotes from Conan Doyle’s Sherlock Holmes-novel ‘The Hound of the Baskervilles’, a wonderful crime story that takes place in Dartmoor.

Helletocht

Mei 1901. Sir Arthur Conan Doyle (1859-1930) neemt zijn intrek in het Duchy Hotel in Princetown. Samen met zijn vriend Fletcher Robinson maakt hij elke dag een lange tocht doorheen het barre heidelandschap van Dartmoor. De natuur en lokale legendes inspireren hem tot het schrijven van “The Hound of the Baskervilles”. Daarin verkennen Sherlock Holmes en Dr. Watson de mistige moors om de vloek van de hellehond te ontmaskeren.

Winter 2019. Op een steenworp van het Duchy Hotel, nu een bezoekerscentrum van het Nationaal Park Dartmoor, huur ik een kamer. In de voetsporen van de Victoriaanse schrijver trek ik de heiden in. “The Hound of the Baskervilles” gidst me naar de plekken die Doyle in zijn boek beschrijft: Grimspound, de tijdelijke schuilplaats van Holmes. Het onheilspellende Nuns Cross Farm, woonplaats van slechterik Stapleton. Princetown Prison, waaruit crimineel Selden ontsnapte. En Fox Tor Mire, het levensgevaarlijke moeras waar de beruchte hond zich verbergt.

Dartmoor verkeert in winterslaap. Behalve kraaien en roeken waagt geen dier zich in de hoger gelegen vlakten. De wind rukt er aan mijn kleren. Heuveltoppen hullen zich in flarden mist, die elders aandikken tot miezerige regen – ‘drizzle’ zeggen ze hier. De combinatie van onvoorspelbare natuurelementen en de alomtegenwoordige sporen van langdurige menselijke aanwezigheid – prehistorische dolmens, pokdalige graven en kruisen, vervallen boerderijen, verlaten steengroeven en tinmijnen – oefenen een intimiderende aantrekkingskracht uit, die in de buurt van een spirituele ervaring komt. “The longer one stays here the more does the spirit of the moor sink into one’s soul, its vastness and also its charm”, schrijft Dr. Watson naar Holmes. Of hoe een landschap en een boek elkaar versterken.

Nick Hannes

Posted in Uncategorized | Leave a comment

GUP

Portfolio ‘Garden of Delight’ in GUP Magazine

Posted in Uncategorized | Leave a comment

SCOPIO NETWORK

Portfolio ‘Garden of Delight’ on Scopio Network:

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Rêver

From March 12 to May 19 I will take part in the group show ‘Rêver’ at the Centre Wallonie-Bruxelles à Paris. I will show photographs from my series ‘Garden of Delight’.


Posted in Uncategorized | Leave a comment

HART

Pieter Vermeulen wrote an interesting essay in HART #188 (24 January 2019) on the occasion of my exhibition ‘Garden of Delight’ in De Garage Mechelen.

Ain’t No Mountain High Enough *

door Pieter Vermeulen

Ergens midden in de woestijn sneeuwt het binnen. Witte vlokjes dwarrelen er onophoudelijk neer, 24 uur per dag, zeven dagen per week. De sneeuw is echt – ‘authentiek’ – de inrichting iets minder. De kamer heeft iets weg van een omgekeerde sauna, een hyperreëel wintertafereel dat je even moeiteloos binnenstapt als dat je een douche neemt. De temperatuur schommelt tussen de 18 en 15 graden onder nul – een pretperkje van zo’n twaalf vierkante meter dat bij je thuis wordt geïnstalleerd voor een minimumprijs van 100.000 euro. Het betreffende bedrijf in Dubai, Desert Snow, is in 2012 gestart met de productie van artificiële sneeuw voor filmsets en fotoshoots, en heeft intussen de weg gevonden naar the real thing. Vanuit hun snow factory– een grote container – wordt het witte koopwaar verscheept naar themafeesten en andere events. Onder sjeiks is de snow room inmiddels uitgegroeid tot een statussymbool waarvan ze het exclusieve bezit (voorlopig) enkel met de chicste cruiseschepen en hotels ter wereld moeten delen. Waarom nog exotische reizen maken als je de winterpret zelf in huis kan halen? 

Entertainment is bigin Dubai, met resorts, clubs, attracties, kamelenraces, golfbanen en pretparken: verstrooiing verzekerd. Men kan er alles doen om aan niets te moeten denken. De stad is een haast bodemloos vat van ervaringen en kicks,van skydives tot safari’s – een kapitalistische cocktail die spel en illusie vermengt om de leegte te verdrinken. Binnen de muren geldt de niets ontziende imperatief van het genot cum schadebeginsel: geniet zolang het niet schaadt. Slechts weinig vrij, die vrijetijdsindustrie. Burgerrechten worden er verruild voor amusement en kritische stemmen in de kiem gesmoord. Brave new world.

 Onechtheid in Dubai is in eerste plaats een techniek, een doortrapte truc om alles echt te laten lijken. Zo profileert de Souk Madinat Jumeirah zich als een ‘authentieke reproductie van een oude marktplaats in typisch Midden-Oosterse ambiance en stijl’. Wie flaneert langs de Venetiaans aandoende waterwegen, Iraanse windtorens, eet- en kruidenstalletjes en het aangrenzend hotel waant zich in een potsierlijk filmdecor of oriëntaals Center Parcs. Dit soort architectuur is louter en alleen gebouwd om de sfeer op te snuiven, de winkeltassen vol te laden en tussendoor enkele kiekjes te maken van de o zo pittoreske scenerie. De Souk wordt daarmee het simulacrumvan een publieke ruimte, de pastiche van een agora met het aura van een shopping mall. Consumptie is er key, en cultuur wordt herleid tot onschadelijke lifestyle. Veiligheidsdiensten en -camera’s staan op elke hoek, om de normale gang van zaken te verzekeren. 

In haar citymarketing maakt Dubai gretig gebruik van haar epitheton, The City of Gold. Sinds de jaren 1960 geldt de stad als een belangrijke draaischijf voor de wereldwijde handel in goud, die nog steeds een groot deel van de economie uitmaakt. Ook de horeca speelt maar al te graag in op het blingbling-imago, in een poging om kapitaalkrachtige klanten steeds luxueuzere producten aan te bieden. Zo zette een grillrestaurant recent nog een nieuwe schotel op de kaart: een gemarineerde zeebaars gehuld in 23-karaat goud. Niet dat het iets met de smaak zou doen, maar gewoon – omdat het kan. Net zoals de hoogste toren ter wereld (de Burj Kalifa), de tweede grootste shopping mall, de grootste fotolijst ter wereld (Dubai Frame), de grootste dansende fontein of het eerste indoor skiresort in het Midden-Oosten. Dubai lijkt te gedijen op de overtreffende trap, op megalomane stunts en excessen, die tegelijk uitblinken in smakeloos- en inspiratieloosheid. Veel verbeelding is er niet voor nodig – eerder veel verveling. 

Dubai Global Village prijst zich aan als het grootste project voor toerisme, entertainment, shopping en vrijetijdsbesteding ter wereld. Zo’n 90 landen hebben een eigen paviljoen in het park, met bekende monumenten op schaal – van het Colosseum tot de Taj Mahal. Global Village vat bezienswaardigheden wereldwijd samen in een geografische notendop, en schotelt ze voor aan de bezoeker als hapklare ervaringen. In dezelfde lijn ligt Falconcity of Wonders, een gated community vastgoedproject geïnitieerd in 2005, waar luxevilla’s, supermarkten, moskeeën, kuuroorden en sportcentra gecombineerd worden met reconstructies als de Falcon Elysées, Town of Venice en de Dubai Great Wall. In vogelperspectief neemt de site de vorm aan van een immense valk, het embleem van de Verenigde Arabische Emiraten. Binnen dit soort omgevingen fungeren de architecturale reproducties niet zozeer als teasersvoor een bezoek aan de eigenlijke bestemmingen, dan wel als ersatzom de toeristische Wanderlustte stillen. Vast niet toevallig dat de Wereldtentoonstelling op de agenda staat voor 2020.

Van Global Village naar Global City

Dubai is wat sociologe Saskia Sassen omschrijft als een global city, een plek waar stedelijke besluitvorming, business, marketing, infrastructuur en zo meer grotendeels afhankelijk zijn van een wereldwijd politiek-economisch regime. Moeilijk voorstelbaar dat de stad tot ruim een halve eeuw geleden nog een tentenkamp was, met amper toegang tot stromend water en elektriciteit. Na de ontdekking van het zwarte goud heeft de economie plots een hoge vlucht genomen, en is het bevolkingsaantal geëxplodeerd. Het kapitalistisch gestel heeft zich in sneltempo ontwikkeld in de Golfregio, maar Dubai wist zijn economische portefeuille relatief vroeg te diversifiëren over andere sectoren als vastgoed, toerisme en horeca. Inmiddels is de emiraat uitgegroeid tot een onvermijdelijk knooppunt in een complex globaal netwerk van informatie, communicatie, mobiliteit en geldstromen. Een stad met meer drie miljoen inwoners en een majestueuze skyline die overhaast gebouwd is op woestijngrond, als een gigantische luchtspiegeling. En is dat niet net de ironie: de stad van waaruit de wereld een dorp lijkt, voelt nog eens de nood om de wereld opnieuw als een dorp te gaan bouwen. Of heeft men Marshall McLuhans woorden simpelweg te letterlijk genomen?

Dubai, de stad waar zo veel kan en tegelijk zo weinig mag. Nick Hannes is er een vijftal keer naar afgereisd, en wenst er niet onmiddellijk naar terug te keren. Hij houdt niet van wat hij er gezien heeft, en voelde zich maar weinig welkom. Een professionele camera wekt er algauw argwaan, wat natuurlijk zijn weerslag heeft op het fotografische proces. Spontaniteit is dun gezaaid in de stad. Voor elke beeldreportage moet Hannes een aanvraag indienen bij de bevoegde instanties. Dubai waakt even nauwlettend over zijn imago als een bedrijf over zijn handelsmerk, met de sjeik als CEO. Maar in de beperking toont zich de meester. Nick Hannes is op zijn best wanneer hij de hyperrealiteit van de wereldstad weet te ontwrichten via het verraderlijke, schijnbaar onooglijke detail. Wat voeg je als fotograaf tenslotte toe aan een stad die voortdurend reproducties maakt van zichzelf? 

Nick Hannes kijkt door zijn lens als een visuele socioloog. Afzonderlijk hebben de foto’s hun documentaire merite, maar tezamen genomen groeit ‘Garden of Delight’ uit tot een sociopolitieke satire. Hannes deinst er niet voor terug om dat in de verf te zetten. De tentoonstelling (en bijhorende publicatie) is doorspekt met commerciële kreten van sjeiks, managers en consoorten, die als banners in de scenografie zijn verwerkt. Hun onvoorstelbare hypocrisie wordt gecounterd door fotografische knipogen zoals enkel Nick Hannes die kan maken. Veel van zijn beelden lijken daarom palimpsesten van culturele codes en ways of seeing– eenduidigheid is veraf.

De evacuatie en privatisering van de publieke ruimte, dat is wat de fotograaf hier tracht te belichten. De artificiële binnenruimte van beachclubs, shopping malls of geprivatiseerde stranden. Hannes verwijst zelf naar ‘De Capsulaire Beschaving’, een geweldig boek van filosoof en activist Lieven De Cauter. Zijn werk liegt er dan ook niet om, met de prominente aanwezigheid van afspanningen, muren en poorten. Dat is tenslotte wat het geluk van de happy few faciliteert, en door Hannes in beeld wordt gebracht als een verpletterende eenzaamheid. De mogelijkheid van een eiland dus, weliswaar ten koste van de levenskwaliteit van talloze gastarbeiders. Mannen uit Pakistan, India of Bangladesh die voor jaren aan een stuk niet naar hun families kunnen terugkeren en in barakken buiten de stad verblijven. Het naakte leven, zoals Giorgio Agamben het noemt. In het werk van Nick Hannes nemen ze opmerkelijk genoeg een marginale plaats in. Niet dat deze hedendaagse slavernij hem koud laat, integendeel. Zijn fotoreeks schrijft zich in in een subtiel spel van spiegeling dat de machtsmechanismen van uitsluiting en onderwerping soms meedogenloos durft te herhalen. Elk prestigeproject dat zich in de spotlights werpt, trekt de sociale ellende uit het urbane oog. Als observator weigert Hannes klaarblijkelijk om deze miserie fotografisch nog verder uit te buiten – enkel wie goed durft te kijken ziet de keerzijde van de medaille.

De Tuin der Lusten

Een capsule: mogelijk het meest geschikte woord om de ruimtelijke ervaring in Dubai te omschrijven. Of, in Foucaults woorden, een heterotopie. Het is alsof, zo schreef hij, ons beeld in de spiegel naar ons zou terugkijken: plaatsen die iets over onze menselijke conditie zeggen. Ze hebben een en ander gemeen met wat Marc Augé ‘non-places’noemt. Plekken waar men in- en uitcheckt, en die met een handleiding komen van geboden, verboden en voorschriften. Ze worden bewoond door individuen die enkel geïdentificeerd worden bij het binnenkomen of buiten gaan. Klinkt dat vertrouwd?  

Aan het einde van zijn betoog lijkt Foucault zijn heterotopie bij uitstek gevonden te hebben: het schip, ‘een drijvend stuk ruimte, een plek zonder plek, gesloten en tegelijk overgeleverd aan de oneindigheid van de zee’ (eigen vertaling, pv). Het zou een rake beschrijving kunnen zijn van een cruiseschip – dat monsterlijke zinnebeeld van luxe, decadentie en vervuiling – maar even goed van de ijsbergen die in steeds zorgwekkendere aantallen op onze planeet ronddobberen. Maar er is een opportuniteit in elke crisis. Zeker als het van Abdullah Al Shehi afhangt, die met het Iceberg Project tegen 2020 een enorme blok ijs van Antarctica naar de Emiraten wil laten slepen, als bron van drinkwater en toeristische attractie. Waar houdt het ooit op?

Twee jaar geleden zag ik eindelijk ‘De Tuin der Lusten’ van Jeroen Bosch, in het Museo del Prado in Madrid. De overzichtstentoonstelling van de 15de-eeuwse kunstenaar was een ware publiekstrekker, de drommen mensen waren niet te overzien. Het drieluik zelf was afgeschermd door een balustrade, en bezoekers vochten zich een weg om een glimp op te vangen van het omineuze meesterwerkmet hun smartphone in de aanslag. Weinigen leken te geven om de moraal van het verhaal.Eens ik me weer door de draaihekken naar buiten had gewurmd, hoorde ik iemand het volgende zeggen: “Europe is bankrupt. We have the history and that’s it. In the future, Europe will be like a dinosaur − that’s where we’re going.”

Ik kijk weemoedig naar een foto van een dinosauruspark dat Nick Hannes verweesd aantrof in de schaduw van een viaduct in Dubai, en vraag me af of dat de toekomst is die ons te wachten staat. Is onze geschiedenis het enige dat voor ons ligt, en wie zal dan het oude continent failliet verklaren? Zal er opnieuw een plotse crisis voor nodig zijn, of wordt het een langzame maar zekere dood? Besognes die misschien dystopisch klinken, maar wat Nick Hannes ons toont is verre van fictief. De opgespoten hoofden en eilanden, gekoelde stranden en onderwatervilla’s ten spijt: deze allegorische tuin der lusten, wie heeft ze niet al eens eerder betreden?

* Motown-nummer van Nickolas Ashford & Valerie Simpson, gebruikt als soundtrack voor de Dubai Fountain, in een cover van Vula Malinga.

(HART #188, 24 januari 2019)

Posted in Uncategorized | Leave a comment