SCOPIO NETWORK

Portfolio ‘Garden of Delight’ on Scopio Network:

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Rêver

From March 12 to May 19 I will take part in the group show ‘Rêver’ at the Centre Wallonie-Bruxelles à Paris. I will show photographs from my series ‘Garden of Delight’.


Posted in Uncategorized | Leave a comment

HART

Pieter Vermeulen wrote an interesting essay in HART #188 (24 January 2019) on the occasion of my exhibition ‘Garden of Delight’ in De Garage Mechelen.

Ain’t No Mountain High Enough *

door Pieter Vermeulen

Ergens midden in de woestijn sneeuwt het binnen. Witte vlokjes dwarrelen er onophoudelijk neer, 24 uur per dag, zeven dagen per week. De sneeuw is echt – ‘authentiek’ – de inrichting iets minder. De kamer heeft iets weg van een omgekeerde sauna, een hyperreëel wintertafereel dat je even moeiteloos binnenstapt als dat je een douche neemt. De temperatuur schommelt tussen de 18 en 15 graden onder nul – een pretperkje van zo’n twaalf vierkante meter dat bij je thuis wordt geïnstalleerd voor een minimumprijs van 100.000 euro. Het betreffende bedrijf in Dubai, Desert Snow, is in 2012 gestart met de productie van artificiële sneeuw voor filmsets en fotoshoots, en heeft intussen de weg gevonden naar the real thing. Vanuit hun snow factory– een grote container – wordt het witte koopwaar verscheept naar themafeesten en andere events. Onder sjeiks is de snow room inmiddels uitgegroeid tot een statussymbool waarvan ze het exclusieve bezit (voorlopig) enkel met de chicste cruiseschepen en hotels ter wereld moeten delen. Waarom nog exotische reizen maken als je de winterpret zelf in huis kan halen? 

Entertainment is bigin Dubai, met resorts, clubs, attracties, kamelenraces, golfbanen en pretparken: verstrooiing verzekerd. Men kan er alles doen om aan niets te moeten denken. De stad is een haast bodemloos vat van ervaringen en kicks,van skydives tot safari’s – een kapitalistische cocktail die spel en illusie vermengt om de leegte te verdrinken. Binnen de muren geldt de niets ontziende imperatief van het genot cum schadebeginsel: geniet zolang het niet schaadt. Slechts weinig vrij, die vrijetijdsindustrie. Burgerrechten worden er verruild voor amusement en kritische stemmen in de kiem gesmoord. Brave new world.

 Onechtheid in Dubai is in eerste plaats een techniek, een doortrapte truc om alles echt te laten lijken. Zo profileert de Souk Madinat Jumeirah zich als een ‘authentieke reproductie van een oude marktplaats in typisch Midden-Oosterse ambiance en stijl’. Wie flaneert langs de Venetiaans aandoende waterwegen, Iraanse windtorens, eet- en kruidenstalletjes en het aangrenzend hotel waant zich in een potsierlijk filmdecor of oriëntaals Center Parcs. Dit soort architectuur is louter en alleen gebouwd om de sfeer op te snuiven, de winkeltassen vol te laden en tussendoor enkele kiekjes te maken van de o zo pittoreske scenerie. De Souk wordt daarmee het simulacrumvan een publieke ruimte, de pastiche van een agora met het aura van een shopping mall. Consumptie is er key, en cultuur wordt herleid tot onschadelijke lifestyle. Veiligheidsdiensten en -camera’s staan op elke hoek, om de normale gang van zaken te verzekeren. 

In haar citymarketing maakt Dubai gretig gebruik van haar epitheton, The City of Gold. Sinds de jaren 1960 geldt de stad als een belangrijke draaischijf voor de wereldwijde handel in goud, die nog steeds een groot deel van de economie uitmaakt. Ook de horeca speelt maar al te graag in op het blingbling-imago, in een poging om kapitaalkrachtige klanten steeds luxueuzere producten aan te bieden. Zo zette een grillrestaurant recent nog een nieuwe schotel op de kaart: een gemarineerde zeebaars gehuld in 23-karaat goud. Niet dat het iets met de smaak zou doen, maar gewoon – omdat het kan. Net zoals de hoogste toren ter wereld (de Burj Kalifa), de tweede grootste shopping mall, de grootste fotolijst ter wereld (Dubai Frame), de grootste dansende fontein of het eerste indoor skiresort in het Midden-Oosten. Dubai lijkt te gedijen op de overtreffende trap, op megalomane stunts en excessen, die tegelijk uitblinken in smakeloos- en inspiratieloosheid. Veel verbeelding is er niet voor nodig – eerder veel verveling. 

Dubai Global Village prijst zich aan als het grootste project voor toerisme, entertainment, shopping en vrijetijdsbesteding ter wereld. Zo’n 90 landen hebben een eigen paviljoen in het park, met bekende monumenten op schaal – van het Colosseum tot de Taj Mahal. Global Village vat bezienswaardigheden wereldwijd samen in een geografische notendop, en schotelt ze voor aan de bezoeker als hapklare ervaringen. In dezelfde lijn ligt Falconcity of Wonders, een gated community vastgoedproject geïnitieerd in 2005, waar luxevilla’s, supermarkten, moskeeën, kuuroorden en sportcentra gecombineerd worden met reconstructies als de Falcon Elysées, Town of Venice en de Dubai Great Wall. In vogelperspectief neemt de site de vorm aan van een immense valk, het embleem van de Verenigde Arabische Emiraten. Binnen dit soort omgevingen fungeren de architecturale reproducties niet zozeer als teasersvoor een bezoek aan de eigenlijke bestemmingen, dan wel als ersatzom de toeristische Wanderlustte stillen. Vast niet toevallig dat de Wereldtentoonstelling op de agenda staat voor 2020.

Van Global Village naar Global City

Dubai is wat sociologe Saskia Sassen omschrijft als een global city, een plek waar stedelijke besluitvorming, business, marketing, infrastructuur en zo meer grotendeels afhankelijk zijn van een wereldwijd politiek-economisch regime. Moeilijk voorstelbaar dat de stad tot ruim een halve eeuw geleden nog een tentenkamp was, met amper toegang tot stromend water en elektriciteit. Na de ontdekking van het zwarte goud heeft de economie plots een hoge vlucht genomen, en is het bevolkingsaantal geëxplodeerd. Het kapitalistisch gestel heeft zich in sneltempo ontwikkeld in de Golfregio, maar Dubai wist zijn economische portefeuille relatief vroeg te diversifiëren over andere sectoren als vastgoed, toerisme en horeca. Inmiddels is de emiraat uitgegroeid tot een onvermijdelijk knooppunt in een complex globaal netwerk van informatie, communicatie, mobiliteit en geldstromen. Een stad met meer drie miljoen inwoners en een majestueuze skyline die overhaast gebouwd is op woestijngrond, als een gigantische luchtspiegeling. En is dat niet net de ironie: de stad van waaruit de wereld een dorp lijkt, voelt nog eens de nood om de wereld opnieuw als een dorp te gaan bouwen. Of heeft men Marshall McLuhans woorden simpelweg te letterlijk genomen?

Dubai, de stad waar zo veel kan en tegelijk zo weinig mag. Nick Hannes is er een vijftal keer naar afgereisd, en wenst er niet onmiddellijk naar terug te keren. Hij houdt niet van wat hij er gezien heeft, en voelde zich maar weinig welkom. Een professionele camera wekt er algauw argwaan, wat natuurlijk zijn weerslag heeft op het fotografische proces. Spontaniteit is dun gezaaid in de stad. Voor elke beeldreportage moet Hannes een aanvraag indienen bij de bevoegde instanties. Dubai waakt even nauwlettend over zijn imago als een bedrijf over zijn handelsmerk, met de sjeik als CEO. Maar in de beperking toont zich de meester. Nick Hannes is op zijn best wanneer hij de hyperrealiteit van de wereldstad weet te ontwrichten via het verraderlijke, schijnbaar onooglijke detail. Wat voeg je als fotograaf tenslotte toe aan een stad die voortdurend reproducties maakt van zichzelf? 

Nick Hannes kijkt door zijn lens als een visuele socioloog. Afzonderlijk hebben de foto’s hun documentaire merite, maar tezamen genomen groeit ‘Garden of Delight’ uit tot een sociopolitieke satire. Hannes deinst er niet voor terug om dat in de verf te zetten. De tentoonstelling (en bijhorende publicatie) is doorspekt met commerciële kreten van sjeiks, managers en consoorten, die als banners in de scenografie zijn verwerkt. Hun onvoorstelbare hypocrisie wordt gecounterd door fotografische knipogen zoals enkel Nick Hannes die kan maken. Veel van zijn beelden lijken daarom palimpsesten van culturele codes en ways of seeing– eenduidigheid is veraf.

De evacuatie en privatisering van de publieke ruimte, dat is wat de fotograaf hier tracht te belichten. De artificiële binnenruimte van beachclubs, shopping malls of geprivatiseerde stranden. Hannes verwijst zelf naar ‘De Capsulaire Beschaving’, een geweldig boek van filosoof en activist Lieven De Cauter. Zijn werk liegt er dan ook niet om, met de prominente aanwezigheid van afspanningen, muren en poorten. Dat is tenslotte wat het geluk van de happy few faciliteert, en door Hannes in beeld wordt gebracht als een verpletterende eenzaamheid. De mogelijkheid van een eiland dus, weliswaar ten koste van de levenskwaliteit van talloze gastarbeiders. Mannen uit Pakistan, India of Bangladesh die voor jaren aan een stuk niet naar hun families kunnen terugkeren en in barakken buiten de stad verblijven. Het naakte leven, zoals Giorgio Agamben het noemt. In het werk van Nick Hannes nemen ze opmerkelijk genoeg een marginale plaats in. Niet dat deze hedendaagse slavernij hem koud laat, integendeel. Zijn fotoreeks schrijft zich in in een subtiel spel van spiegeling dat de machtsmechanismen van uitsluiting en onderwerping soms meedogenloos durft te herhalen. Elk prestigeproject dat zich in de spotlights werpt, trekt de sociale ellende uit het urbane oog. Als observator weigert Hannes klaarblijkelijk om deze miserie fotografisch nog verder uit te buiten – enkel wie goed durft te kijken ziet de keerzijde van de medaille.

De Tuin der Lusten

Een capsule: mogelijk het meest geschikte woord om de ruimtelijke ervaring in Dubai te omschrijven. Of, in Foucaults woorden, een heterotopie. Het is alsof, zo schreef hij, ons beeld in de spiegel naar ons zou terugkijken: plaatsen die iets over onze menselijke conditie zeggen. Ze hebben een en ander gemeen met wat Marc Augé ‘non-places’noemt. Plekken waar men in- en uitcheckt, en die met een handleiding komen van geboden, verboden en voorschriften. Ze worden bewoond door individuen die enkel geïdentificeerd worden bij het binnenkomen of buiten gaan. Klinkt dat vertrouwd?  

Aan het einde van zijn betoog lijkt Foucault zijn heterotopie bij uitstek gevonden te hebben: het schip, ‘een drijvend stuk ruimte, een plek zonder plek, gesloten en tegelijk overgeleverd aan de oneindigheid van de zee’ (eigen vertaling, pv). Het zou een rake beschrijving kunnen zijn van een cruiseschip – dat monsterlijke zinnebeeld van luxe, decadentie en vervuiling – maar even goed van de ijsbergen die in steeds zorgwekkendere aantallen op onze planeet ronddobberen. Maar er is een opportuniteit in elke crisis. Zeker als het van Abdullah Al Shehi afhangt, die met het Iceberg Project tegen 2020 een enorme blok ijs van Antarctica naar de Emiraten wil laten slepen, als bron van drinkwater en toeristische attractie. Waar houdt het ooit op?

Twee jaar geleden zag ik eindelijk ‘De Tuin der Lusten’ van Jeroen Bosch, in het Museo del Prado in Madrid. De overzichtstentoonstelling van de 15de-eeuwse kunstenaar was een ware publiekstrekker, de drommen mensen waren niet te overzien. Het drieluik zelf was afgeschermd door een balustrade, en bezoekers vochten zich een weg om een glimp op te vangen van het omineuze meesterwerkmet hun smartphone in de aanslag. Weinigen leken te geven om de moraal van het verhaal.Eens ik me weer door de draaihekken naar buiten had gewurmd, hoorde ik iemand het volgende zeggen: “Europe is bankrupt. We have the history and that’s it. In the future, Europe will be like a dinosaur − that’s where we’re going.”

Ik kijk weemoedig naar een foto van een dinosauruspark dat Nick Hannes verweesd aantrof in de schaduw van een viaduct in Dubai, en vraag me af of dat de toekomst is die ons te wachten staat. Is onze geschiedenis het enige dat voor ons ligt, en wie zal dan het oude continent failliet verklaren? Zal er opnieuw een plotse crisis voor nodig zijn, of wordt het een langzame maar zekere dood? Besognes die misschien dystopisch klinken, maar wat Nick Hannes ons toont is verre van fictief. De opgespoten hoofden en eilanden, gekoelde stranden en onderwatervilla’s ten spijt: deze allegorische tuin der lusten, wie heeft ze niet al eens eerder betreden?

* Motown-nummer van Nickolas Ashford & Valerie Simpson, gebruikt als soundtrack voor de Dubai Fountain, in een cover van Vula Malinga.

(HART #188, 24 januari 2019)

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Subbacultcha

Interview about ‘Garden of Delight’ in Subbacultcha

Photo by Sybren Van Overberghe
Posted in Uncategorized | Leave a comment

100% Cultuur

Interview on ‘100% Cultuur‘ on the regional television ATV.

Installation view of ‘Garden of Delight’ in De Garage, Mechelen
Posted in Uncategorized | Leave a comment

Grenz Echo

Article on ‘Garden of Delight’ in Belgian-German Grenz Echo, 28/01/2019

Posted in Uncategorized | Leave a comment

De Standaard

Review on my exhibition ‘Garden of Delight’ in De Standaard, 28 December 2018.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Trends

Publication in Trends, 13 December 2018

.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

De Morgen

Duo interview with Bieke Depoorter and me in De Morgen, 15 December 2018.

‘Fotografie is een leugenachtig medium’

Door Sofie Mulders

Wanneer doe je aan eerlijke fotografie? Kun je de mens voor je lens ooit vatten? Zijn goede foto’s maatschappelijk relevant? En wat heeft hun werk met punk te maken? Een gesprek met fotografen Bieke Depoorter en Nick Hannes, die 2018 elk afsluiten met een solotentoonstelling,
Zegt zij: “Ik word niet echt geprikkeld door de dag.” Zegt hij: “Ik heb het daglicht net hard nodig voor mijn esthetiek.”

Twee fotografen met een eigen stijl en andere benadering van het stukje wereld dat ze willen laten zien, kunnen die ook iets hebben dat hen bindt? Natuurlijk wel. Veel zelfs. Hun totale toewijding aan de camera, bijvoorbeeld, met alle euforie en worstelingen die daarbij horen. De vragen die ze zichzelf stellen. De verbetenheid waarmee ze te werk gaan. De bewondering voor elkaars fotografie. Of gewoon het feit dat 2018 een jaar was waarin ze elk een solotentoonstelling presenteerden.
Ja, zo’n expo heeft een grote impact, zegt Nick Hannes. “Het is een ontlading. Het einde van een traject. Al die mensen die bij de vernissage aanwezig zijn om mee dat einde te vieren, het publiek dat je werk eindelijk kan bekijken, ik vind dat heel emotioneel.”

Bieke Depoorter knikt. Voor haar, zegt ze, is ‘2015-2018’ bovendien de eerste solotentoonstelling waar ze echt tevreden over is. Omdat er enkel werk van de laatste drie jaren wordt getoond en Depoorter dus de kans kreeg om andere projecten te laten zien dan die waarvan iedereen haar kent. “Het is wel een frustratie van mij geweest dat men mij vooral ziet als de fotografe die bij mensen thuis gaat slapen en dan foto’s van hen neemt (Depoorter trok op jonge leeftijd naar Rusland, Egypte en Amerika, waar ze aan mensen op straat vroeg om bij hen te overnachten, red.) Het klopt natuurlijk, ik heb dat gedaan, maar ik ben ondertussen al jaren met andere dingen bezig. We hebben er dan ook bewust voor gekozen om niet al het vroegere werk te tonen.”
De tentoonstelling gaat ook over zichzelf, zegt Depoorter. “Tegen vrienden of familie praat ik niet zoveel over mijn werk. Via de foto’s kunnen mijn zus, broer en vrienden nu toch even in mijn hoofd kijken. Confronterend, hoor. Voor mij en voor hen. Omdat nu duidelijk wordt dat ik soms een strijd lever met het fotograferen.”

Nick, je zegt zelf dat je werk een sterke sociale en politieke inslag heeft. Dat is belangrijk voor jou?

Hannes: “Absoluut. Het sociaal engagement heeft altijd in mijn werk gezeten, maar vroeger was het radicaler. Pamflettair zelfs. Soms was ik een activist met een camera in mijn handen. Gelukkig is het wat subtieler geworden. Ik probeer er altijd een kwinkslag of wat ironie in te verwerken. Maar in mijn beelden zit nog altijd een grote bezorgdheid over hoe wij met de wereld omgaan, op sociaal, ecologisch, economisch en politiek vlak. In mijn werk over de Middellandse Zee, bijvoorbeeld, was dat heel aanwezig. (Voor ‘Mediterranean. The Continuity of Man’ reisde Hannes tussen 2010 tot 2014 naar twintig landen die allemaal aan de Middellandse Zee grenzen, red.) En ook nu weer in ‘Garden of Delight’, een project over consumentisme en ongebreideld entertainment in Dubai. Dus nee, ik wil niet zomaar wat vrijblijvende beelden maken. Ik wil visueel commentaar geven op wat ik in de wereld zie.”

Is dat iets wat jij herkent, Bieke?

Depoorter: “Ik denk niet dat het mijn doel is. Ik vertrek niet vanuit de gedachte om iets aan te kaarten. Maar mijn maatschappelijke betrokkenheid zit wel subtiel in mijn werk. Dat ik bijvoorbeeld foto’s maak over het leven van Michael (een man die Depoorter in Portland ontmoette, haar drie koffers met collages en schrijfsels gaf en daarna spoorloos verdween, red.) begon vanuit mijn eigen fascinatie voor hem, maar achteraf zag ik dat het ook gaat over wat het betekent om een onzichtbare ziekte te hebben en hoe anderen dat beoordelen (Michael lijdt aan bipolariteit, red.).”

Hannes: “In je werk over Egypte zit toch ook een grote maatschappelijke relevantie? (Nadat ze jaren gefotografeerd had in Egypte tijdens de Arabische Lente, vroeg Depoorter in een volgende fase aan de Egyptenaren om rechtstreeks op die beelden te schrijven en ze dus van commentaar te voorzien, red.) Ik denk dat jij eerder vanuit het individu vertrekt, Bieke, om iets groters te vertellen, en dat the bigger picture net mijn vertrekpunt is. In jouw werk zit veel meer intimiteit dan in mijn werk. Jij zit in het privéleven van mensen, ik zit in de openbaarheid. Misschien ben ik meer een observator, en duik jij er meer in.”

Depoorter: “Ik denk wel dat mijn werk ook start in die openbaarheid, maar ik fotografeer ze gewoon niet. Neem nu mijn project ‘Agata’. Ik was in Parijs, voelde mij niet goed – het was ook pas gedaan met mijn lief – en ik wou alleen maar ’s nachts door de stad wandelen om te observeren en inspiratie op te doen. (lacht) Uren heb ik in een stripclub aan de toog gehangen. Zo heb ik Agata leren kennen, een jonge vrouw die er danste. We raakten aan de praat en uiteindelijk volg en fotografeer ik haar nu al een hele tijd. Pas op, ik denk vaak: ik ga nog eens op straat fotograferen. Maar ik kan het blijkbaar niet overdag.”

Hannes: “Ik heb nog nooit iemand gevolgd en er zo’n band mee opgebouwd. Het fascineert me wel, maar blijkbaar is het niet iets wat in mij zit en eruit moet.”

Dat eigen pad, is dat er altijd geweest of is het iets wat zich gaandeweg ontwikkelt?

Hannes: “Hoe je werkt, zal wel een verlengde van je karakter zijn. Maar bij mij is het ook het gevolg geweest van een eerste lange reis die ik heb gemaakt. In 2007 en 2008 trok ik samen met mijn lief door de vijftien landen van de voormalige Sovjet-Unie. Om de twee dagen verhuisden we naar een andere plek. Er was geen tijd om te socialiseren of vrienden te maken. Ik was een buitenstaander die foto’s nam van wat hij zag. En dat ben ik sindsdien gebleven: een toeschouwer die kijkt naar het toneel van de dag.”

We hadden het daarnet over de vraag van Bieke aan Egyptenaren om commentaar te schrijven op de foto’s die ze eerder van hen had genomen. Ze deed dat omdat ze worstelde met de westerse blik waarmee ze naar de mensen keek. Is dat iets waar jij ook wel eens last van hebt, Nick?

Hannes: “Nee. Ten eerste omdat mijn onderwerpen meestal de westerse wereld zijn. Ik probeer een spiegel voor te houden. Het gaat dus niet over anderen, het gaat over onszelf. Maar ook in Palestina of Algerije heb ik er geen probleem mee om als westerling foto’s te gaan nemen. Omdat ik het op een eerlijke manier probeer te doen. Fotografie is een leugenachtig medium. Het kan alleen maar eerlijk zijn als de mens die de camera hanteert dat ook is.”

Depoorter: “Maar wat betekent eerlijk?”

Hannes: “Integer zijn. Uiteraard is dat subjectief, want jij bent degene die het verhaal vertelt. Maar eerlijkheid begint al bij de manier van werken. Ik maak nooit stiekeme foto’s. Kan ook bijna niet, want met een grote camera, een flits en een statief ben ik altijd heel aanwezig. Ik vraag ook vaak toestemming aan mensen om hen te fotograferen.”

Depoorter: “Maar wat betekent die toestemming? Mensen weten uiteindelijk niet hoe wij die foto’s gaan hanteren of hoe we gaan selecteren. Eigenlijk beseffen ze bijna nooit ten volle dat ze gebruikt worden door ons.”

Je zou inderdaad kunnen zeggen dat jullie mensen gebruiken om tot een goed beeld te komen.

Depoorter: “Dat is waar heel mijn tentoonstelling nu over gaat. Ik worstel gewoon heel hard met de vraag hoe ik moet omgaan met de mensen voor mijn lens. Voor de kortfilm ‘Dvalemodus’ en het fotoproject ‘Sète’ ben ik de mensen gaan zien als acteurs. Misschien is het een makkelijke oplossing, maar als ik geloof dat ze een rol spelen en hun dat ook zo voorleg, kan ik het toch een beetje verantwoorden voor mezelf dat ik ze gebruik om het verhaal in mijn hoofd weer te geven.”

Hannes: “Jij gaat altijd een verbinding aan met de mensen die je fotografeert. Soms voor een nacht, soms voor langer. Ik vind dat heel interessant, maar zelf heb ik geen behoefte om bij de mensen binnen te gaan of om ze zelfs te leren kennen. Ik heb het dus niet lastig om mensen te ‘gebruiken’. Omdat ik ze niet zie als individuen. Voor mij vertegenwoordigen ze meer een universeel idee van wat de mens is. Het gaat nooit om de specifieke man of vrouw die ik fotografeer, het gaat om hoe wij collectief als mens omgaan met de wereld.”

Depoorter: “We zijn echt wel heel anders op dat vlak. Nu ja, Agata en ik zijn het erover eens dat we elkaar gebruiken. Het jaar waarin ik haar gefotografeerd heb, is ze op een andere manier naar zichzelf gaan kijken, zegt ze. De extreme seksuele performances die ze deed, hoeven voor haar niet meer nu. Omdat ze door de fotografie is gaan zien dat ze ook mooi kan zijn zonder dat. We praten daar veel over: wie is Agata? Zoals veel fotografen dacht ik lang dat het ultieme doel was: een portret van iemand nemen waarin je de persoon kan vatten.”

Hannes: (glimlacht) “De ziel blootleggen.”

Depoorter: “Voilà. Maar hoe meer ik Agata leerde kennen, hoe meer ik dacht: wat is echt? Wat is identiteit? Is het mogelijk om iemand écht te fotograferen?”

Het eindpunt van die bijna existentiële vragen zou ook kunnen zijn dat je je camera aan de haak hangt, omdat je de waarheid of het individu toch nooit helemaal kunt benaderen.

Depoorter: “Wel, dat is exact waar mijn haat-liefdeverhouding met fotografie uit bestaat. Als ik aan een nieuw project begin, moet ik altijd door de eerste donkere fase heen, waarin ik steevast beslis: ik raak nooit meer een camera aan (lacht).”

Hannes: “Maar neem jij ook niet veel hooi op je vork, met al die verschillende projecten waar je tegelijk aan werkt? Kun je een balans vinden? Waarmee ik bedoel: is er nog een leven naast de fotografie?”
Depoorter: (valt even stil) “Wel, nee eigenlijk, op dit moment niet. Maar bij mij loopt alles in elkaar over. Leven is fotografie en omgekeerd. Het is dus inderdaad niet makkelijk om een balans te vinden.”

Hannes: “Voor mij is het ook een continu gevecht. De fotografie eist heel veel tijd en energie op. Ik heb een vrouw en twee kinderen, en ik vind het een heel moeilijke oefening om dat allemaal in evenwicht te krijgen. Soms leidt het tot spanningen. Sowieso ben ik al vaak van huis, maar zelfs als ik thuis ben, kan ik in mijn hoofd ook vaak weg zijn. Er is altijd werk en er zijn altijd ideeën. Maar fotografie geeft nu eenmaal zin aan mijn leven. Het is het medium waar ik al 25 jaar mee bezig ben, dat ik beheers, en waar ik nog altijd door gefascineerd ben.”

Depoorter: “Ik zal ook altijd met beeld blijven werken, denk ik, maar ik begin fotografie wel telkens op een andere manier te gebruiken. De beelden van Michael, bijvoorbeeld, zie ik niet als goeie, individuele foto’s. Ze kaderen eerder in een onderzoek: ik wil vooral begrijpen wie hij is. Voor ‘Dvalemodus’ had ik eerst een maand gefotografeerd in een dorpje in Noorwegen, maar ik vond die foto’s niet goed genoeg. Ik raakte er wel gefascineerd door het gegeven ‘tijd’ en hoe mensen omgaan met de eeuwigdurende donkerte daar. Een tijd later ben ik dan teruggegaan en heb ik er een kortfilm over gemaakt. Omdat het medium fotografie toen niet klopte voor mij. “Vroeger was ik helemaal het omgekeerde. Toen ik nog op school zat, was ik een grote fan van Alex Webb, een fotograaf die perfect gestileerde beelden levert. Ik was dus ook constant op zoek naar de perfecte foto, en ik had op voorhand dat beeld ook al in mijn hoofd. Maar dan kom je thuis met zo’n perfecte foto, en dan voel je: dit bevredigt mij niet.”

Kortom, jullie houden je eigen leven niet buiten jullie foto’s, ook al lijkt het misschien anders?

Depoorter: “De zaken die ik uitlicht bij de mensen zijn redelijk donker, zonder dat ze negatief zijn. De nacht, eenzaamheid, isolement, het zoeken naar identiteit… Waarschijnlijk niet toevallig. Ik vergroot iets uit bij andere mensen dat ik ook bij mezelf herken.”

Hannes: “Ik probeer mijn eigen opvattingen en mijn wereldbeeld te communiceren in mijn foto’s. Ik moet denken aan Robert Frank, die met zijn reeks ‘The Americans’ iets over de Amerikaanse maatschappij vertelt, maar tegelijk zijn eigen visie meegeeft. En soms zelfs zijn eigen kinderen in beeld brengt. Heel boeiend, vind ik. Het zou kunnen dat het bij mij nog meer in die richting gaat evolueren.”

Je zei ooit al dat je iets wilde doen dat meer voeling had met je eigen leven.

Hannes: “Ik mis dat wel, ja. Het is echt niet zo aangenaam om de hele tijd alleen op reis te zijn. Met nieuwjaar vorig jaar zat ik in Dubai, in die vreselijke, patserige nachtclubs, terwijl mijn vrienden hier thuis gezellig samen aan het vieren waren. Misschien moet ik dus ook in mijn werk de banden meer gaan aanhalen met het thuisfront. Met mijn leven buiten de fotografie. We zullen zien. Voorlopig is het een gedachte-experiment.”

Zijn jullie bezig met de vraag hoe het publiek op jullie werk reageert?

Depoorter: “Vroeger niet, tegenwoordig steeds meer. Zo kwam ook het idee om Egyptenaren commentaar te laten leveren op de foto’s die ik van hen gemaakt had omdat ik me begon af te vragen wat mensen van die foto’s zouden denken.”

Hannes: “Uiteraard is het belangrijk wat mensen denken over je werk. Je maakt geen foto’s om in de kast te laten liggen. Wat niet wil zeggen dat je toegevingen moet doen aan wat mensen van je verwachten.”

Depoorter: “Die verwachtingen kunnen wel eens tricky zijn. Ze zouden ertoe kunnen leiden dat je niet mag twijfelen aan jezelf. Terwijl het net essentieel is om de twijfel toe te laten in je proces. Enkel zo kun je dicht bij jezelf blijven. Je moet ervoor waken om niet toe te geven aan wat anderen van je verwachten. Na de foto’s waar ik bij mensen thuis was blijven slapen, heb ik vaak de vraag gekregen van magazines om voor hen een soortgelijke reeks op poten te zetten. Ik heb daar altijd nee tegen gezegd. Het is een heel belangrijk deel van mijn werk geweest, maar in die tijd was het organisch gegroeid. Ik kan dat dus niet op vraag herhalen. Bovendien: ik zit nu in een andere fase.”

Hannes: “Waaraan ik me zeker nooit zal aanpassen, is wat commercieel interessant is. Een onderwerp of stijl kiezen omdat het toevallig goed in de markt ligt, dat mag nooit een drijfveer zijn. Ik wil mijn tijd ook vooral besteden aan mijn eigen projecten. Financieel gezien is het niet evident, maar ik heb het er voor over. Af en toe werk ik wel in opdracht, maar ook dan zal ik niet toegeven op mijn stijl en mijn benadering van het onderwerp. Ik heb die totale vrijheid nodig. Waarschijnlijk is dat de punker in mij die nooit helemaal is verdwenen (lacht).”

Posted in Uncategorized | Leave a comment

NOS Radio 1

The Dutch radio NOS visited me at home for an interview on ‘Garden of Delight’.

Posted in Uncategorized | Tagged | Leave a comment